Wil
1. vermogen om met bewustzijn pogingen te doen tot het verrichten van een handeling, tot het nemen van een beslissing: zijn goede wil tonen; een kind met een eigen willetje vandale woordenboek
Willen
1. verlangen, begeren, eisen, wensen; zijn wil gebruiken: we willen het niet hebben (a) staan het niet toe; (b) wensen het niet te kopen, te gebruiken enz.; het wil er bij mij niet in dat … ik kan niet geloven dat …; het toeval wilde dat … het was toevallig zo dat …; dat moet je niet willen dat is onwenselijk. 2 kunnen: dat wil weleens gebeuren 3 bereid zijn tot: wilt u het zout even aangeven? 4 geschikt zijn om te: die pen wil niet schrijven. vandale woordenboek
Wil is ook een verwijzing naar het eerste gedeelte van mijn voornaam “Wilbert”.
Vooruit die kant willen we op! Soms moeten we wel even in de achteruitkijkspiegel kijken, maar ook dat is altijd gericht om vooruit te gaan! Vooruit wijst niet op het met tegenzin toch iets doen “Vooruit dan maar”, wil eigenlijk zeggen dat je er niet met je wil achter staat!
Voorruit wijst op de plek waar veel gesprekken binnen de praktijk gevoerd worden. Achter de voorruit, ongedwongen en tijdens het genieten van het rijden in een oldtimer!
